Dichter

Amanda Aizpuriete 1956-...

land: Letland
taal: Lets
(1956) groeide op in een klein plaatsje aan de baai van Riga, waar zij ook vandaag nog woont, en dat in haar werk veelvuldig voorkomt. Zij studeerde filosofie en filologie, was enige jaren radioverslaggever en ondernam verschillende archeologische expedities. Aizpuriete debuteerde in 1980 als dichter, waarna nog drie bundels van haar hand verschenen. Behalve dichter is zij freelance publicist, vertaler, huisvrouw en moeder van twee dochters en twee zonen. Ze vertaalde onder meer proza van Franz Kafka en Michael Ondaatje en gedichten van Rainer Maria Rilke, Georg Trakl, Ingeborg Bachman, Anna Achmatova, Marina Tsvetajeva, Joseph Brodsky en Ted Hughes. Bij Rowohlt Verlag in Duitsland zijn twee bundels van haar verschenen in een vertaling van Manfred Peter Hein.
Aizpuriete schrijft een ongekunstelde bekentenispoëzie, waarin wind, zand, zee, nevel en vuur als zaken uit haar alledaagse bestaan figureren. Het subjectieve krijgt bij haar steeds een maatschappelijke relevantie. Haar melodisch opgebouwde, laconieke gedichten zijn nooit lang en dragen doorgaans geen titel. In karige bewoordingen worden met onverbiddelijke precisie de afgronden van het menselijk bestaan getoond. Van het begin af aan overheerst in Aizpurietes werk het thema van de dood, die als een spook door haar gedichten waart. Waarbij zij echter altijd met beide benen op de grond blijft staan en niet in vaagheden vervalt. In haar werk is niets te bespeuren van het nationalisme dat Letland aan het eind van het sovjettijdperk in haar greep kreeg. Amanda Aizpuriete is van mening dat je als dichter niet politiek, maar wel opstandig moet zijn. Steeds klinkt naast de treurnis en vertwijfeling, ook de vrijheidszin van een generatie die haar jeugd onder het juk van het sovjetsysteem moest doorbrengen.



« terug