|
Robert Anker 1946-... land: Nederland taal: Nederlands |
werd geboren in het Westfriese dorpje Oostwoud (750 inwoners) dat hij na twintig jaar verliet voor Amsterdam (750.000 inwoners), waar hij nog steeds woont. Daarmee wisselde hij het rijk van de overzichtelijkheid en de nabijheid voor dat van de chaos en de abstractie. Daar moest hij `wonen dat het kraakt en dat het went /zo'n ruwe jas, zo recht op straat, neon bij alles wat je ziet /aan wereld in je hoofd, snak je naar een hoofd in de wereld' (uit: Goede manieren). De tegenstelling stad-dorp, in talloze variaties en modulaties, soms nauwelijks meer als zodanig herkenbaar, werd zijn thema. Hoe te leven in een wereld waarvoor je niet bent opgeleid. Ankers debuut Waar ik nog ben werd meteen positief ontvangen. Voor zijn daaropvolgende bundels ontving hij de Jan Campert-prijs en de Herman Gorter-prijs. In 1992 debuteert Anker als prozaschrijver met De thuiskomst van kapitein Rob. Van 1988 tot 1995 was hij redacteur van het literaire tijdschrift Tirade. Momenteel schrijft Anker literaire kritieken voor Het Parool. In zijn laatste bundel, In het vertrek, die dit jaar voor de VSB-prijs genomineerd is, staat `het vertrek' centraal, zowel in de zin van het weggaan, van afscheid nemen, als in de andere betekenis van de kamer vanwaaruit de dichter contact zoekt met de buitenwereld. In de in deze bundel opgenomen afdeling `Open lijn' voert de dichter vanuit dit vertrek schijnbaar triviale telefoongesprekken met moeder, zuster, tante, vriendin en kat. Ankers stijl van ellipsen en syntactische ontsporingen past goed bij deze telefonades. Bijzonder is hoe hij in deze gedichten het Westfriese dialect verwerkt. De bundel In het vertrek bevat naast `Open lijn' een reeks gedichten vanuit een café, gedichten over zijn vader en liefdesgedichten. Gedichten: |