|
Ana Luísa Amaral 1956-... land: Portugal taal: Portugees |
werkt als docent Engelse letterkunde aan de universiteit van Porto en is gepromoveerd op een proefschrift over het werk van Emily Dickinson. In 1990 verscheen haar debuut en sindsdien volgden er nog vijf bundels. Opvallend aan haar poëzie is onder andere de wijze waarop ze bijbelse en mythologische stof verwerkt. Amaral schreef ook kinderboeken en essays over contemporaine poëzie. Ana Luísa Amaral (1956) doceert Engelse letterkunde aan de universiteit van Porto en schreef een proefschrift over Emily Dickinson. Sinds haar 'late' debuut in 1990 Minha senhora de quê (Mijnvrouwe van wat?) publiceerde ze zeven bundels die verrasten doorde eigenzinnige vrouwelijke stem die eruit sprak. Hoewel Amaral een hoog autobiografisch gehalte onderkent in eigen werk, plaatst ze zich ook nadrukkelijk in een lange literaire traditie waarmee ze op gespannen voet verkeert: die van overwegend mannelijke dichters en van de door mannelijke helden bevolkte 'grote verhalen' van de westerse cultuur. Ze vermengt alledaagse 'vrouwelijke' thema's en beelden veelvuldig met vanuit een vrouwelijk perspectief hervertelde stof uit de Bijbel en de Griekse mythologie.Een vergelijkbare tegendraadsheid vertoont Amaral in de neiging haar onderwerp van de tegengestelde kant te benaderen: niet de werkelijkheid maar de onwerkelijkheid, niet de mogelijkheid maar de onmogelijkheid. De betreurde onmogelijkheden (het perfecte gedicht, maar ook verloren liefde of de alles vernietigende dood) plaatsen haar werk in de traditie van de poëzie van het échec: de onmogelijkheid het innerlijk te verwoorden en, in laatste instantie, te communiceren, met als resultaat wantrouwen tegenover de woorden en het eigen dichterschap. Amarals oeuvre wordt verder gekenmerkt door een constante dialoog met eigen werk en stemmen uit de poëtische traditie. 'Een klein beetje Goya: brief aan mijn dochter' kan als voorbeeld dienen. Goya's schilderij 'Los fusilamientos del 3 de Mayo' inspireerde eerder de Portugese dichter Jorge de Sena (1919-1978) tot een 'rijmbrief' aan zijn kinderen. Behalve inhoudelijke en formele referenties aan diens gedicht, bevat Amarals versie verwijzingen naar het schilderij, Emily Dickinson en autobiografische gedichten over haar dochter. 'Op Kreta, met de dinosaurus' is behalve een verdraaiing van de labyrintmythe ook een subversieve remake van een gedicht van, opnieuw, Jorge de Sena. In 'Redondilhas en andere liefdes', ten slotte, worden traditie en échec ook in de gebruikte klassieke versvormen uitgedrukt. Auteur: Arie Pos Minha Senhora de Quê (1990); Coisas de Partir (1993); Epopéias (1994); Às vezes o Paraíso (1998); Imagens (2000); Imagias (2002). Gedichten: |