De sloten van de taal

'Dichters zijn niet gek, maar worden daarvan beschuldigd om bepaalde hoogst belangrijke ontdekkingen die ze op het spoor zijn in diskrediet te brengen.' Dit schreef de Franse dichter/theatervernieuwer Antonin Artaud, die naar eigen zeggen volslagen krankzinnig was. En zoals in veel krankzinnigen, huisde ook in hem het 'onbegrepen genie, met in het hoofd een lichtend idee dat angst inboezemt, een genie dat alleen in waanzin kan ontkomen aan de wurgende greep van het leven'.

Al eeuwen lang lijken, wereldwijd, poëzie, waanzin en melancholie gehuwd door het leven te gaan. Menig dichter zet alles op het spel in de wurgende greep van de waanzin, deze ‘overdaad van denken’, om zo materie te verzamelen voor grensverleggende poëzie. Het heeft niet zelden prachtige, ontroerende, schokkende en verwarrende gedichten opgeleverd, voortgekomen uit  stromingen als het Surrealisme, Dada en Art Brut, die de waanzin omarmden, maar ook uit de waanzin zoals die zich voordeed in achterkamers, loopgraven, klinieken en isoleercellen.

Dominique de Villepin, naast dichter vooral bekend als de architect van het Franse beleid inzake de Irak-crisis en als Premier Ministre de opponent van vele wanhopige jongeren in de buitenwijken van Parijs, lijkt omringd door waanzin. Hij omschrijft de relatie als volgt: 'Dichters zijn de waanzinnigen die in het diepst van de wanhoop het licht zijn gaan zoeken dat de weg opent, de hartstocht die de sloten van de taal doen springen.’

Het 38e Poetry International Festival biedt u deze hartstocht. Aan de hand van een uiterst gevarieerd programma met lezingen, voordrachten, internationale programma’s, discussies, films en speciale programma’s wordt u iets getoond van de relatie tussen poëzie, waanzin en melancholie. Dit alles geflankeerd door een openingsavond rond lievelingswoorden en een slotavond vol weemoed.

Maar er is meer. Op haar nimmer verzakende zoektocht naar goede poëzie kwam Poetry International terecht in de Kaukasus, het Gebergte van de Talen tussen de Zwarte en de Kaspische Zee. De driemaal vermaledijde Kaukasus, schreef de Russische dichter Lermontov, de altaren der natuur waar purperen wolken als rook overheen waaien. Het lange isolement van deze smeltkroes van culturen heeft tot gevarieerde en unieke poëzie geleid, die door dichters uit Georgië, Armenië en Azerbeidzjan voor het eerst in Rotterdam ten gehore wordt gebracht.

Het succes van een Poetry International Festival staat of valt bij de kwaliteit van de poëzie én de vertaling daarvan. Ook dit jaar is er veer veel aandacht voor het vertalen van poëzie. In samenwerking het het Nederlands Literair Productie- en Vertalingen Fonds wordt de Brockway Prize uitgereikt, een tweejaarlijkse prijs voor poëzievertalers uit het Nederlands. Er zijn vertaalworkshops rond het werk van de Nederlandse dichter K. Michel en de Georgische dichter Maya Sarasjvili en een gedicht van Rogi Wieg wordt gedurende het festival via zes talen doorgefluisterd naar een verrassend eindresultaat. Niet alleen de dichters maar ook de ruim twintig vertalers, verbonden aan dit 38e Poetry International Festival, tonen tijdens het festival de hartstocht om de sloten van de taal te doen springen.

Ik wens u allen een onvergetelijk festival toe.

Bas Kwakman
(directeur)